Tom de kat en Nala de poes.

Sinds een paar dagen hebben we een kat bij in huis. Zijn baasje verhuisde naar het buitenland en hij kon niet mee. Hoe grappig om het beestje bezig te zien. Dat is gewoon een echte kat: hij eet kattenbrokken, hij spint als je hem aait, hij speelt met de stofwolkjes onder de kast, hij loopt niet verschrikt weg als je hem passeert, en hij wil buiten (wat voorlopig niet mag omdat hij eerst een paar weken moet wennen aan deze nieuwe thuis). Hij doet wel al goed alsof hij zich helemaal thuisvoelt:

Hoe anders is hij dan onze eigen Nala, een dametje dat 11jaar geleden in mijn kleerkast is geboren op het piepklein appartement waar ik toen alleen woonde. De avond dat mijn kattin moest jongen, belde ik de dierenarts op: “Je moet echt komen, de kat moet bevallen!”. “Laat ze maar met rust, katten doen dat alleen” was het antwoord. En toen er na een paar uur 4 piepkleine katjes naast het moedertje lagen en ik om de blijde geboorte te vieren een fles champagne opendeed, stond de dierenarts plots wel aan mijn deur en hij is toen zelfs niet meer weggegaan. Drie van de katjes hebben we nadien weggegeven, Nala bleef bij ons. De moederkat is ondertussen overleden en de dierenarts werd mijn man.

Die Nala, dat is eigenlijk maar een halve poes: ze heeft schrik van muizen, jaagt wel op vliegen, muggen, spinnen en slakken. Ze lust amper kattenkorrels, maar steelt wel de chips en wafels uit je hand. Ze durft niet buiten, en leeft dus al 11jaar binnen. Ze apporteert als een hondje, heeft schrik van de kinderen en krabt de kasten en zetels stuk. Voor de rest is het een lieverdje hoor! Maar nu is ze dus boos op ons, want die indringer, dat lijkt wel een hele grote muis!














































